Een wegdrijvende papieren krant op de golven van de zee.

Liquid content: het artikel is niet langer de bouwsteen

Op het INMA World Congress in Berlijn, begin mei, ging het opvallend vaak over één term: liquid content. Journalistiek die niet vastzit aan één vorm, maar meebeweegt met het platform, het moment en de lezer. Het klinkt als jargon, en dat is het deels ook. Maar eronder zit een idee dat raakt aan de manier waarop redacties hun werk organiseren.

Wat YLE bedoelt, en wat het niet is

De term komt van de Finse publieke omroep YLE. Mika Rahkonen, hoofd strategie, legde op het congres uit dat veel uitgevers het verkeerd opvatten. Een artikel omzetten naar video, audio of een app is niet wat hij bedoelt. Dat is repurposing, en dat doen omroepen al decennia.

Het idee gaat verder. Behandel de journalistieke kennis zelf als kernproduct: de reportage, de context, de expertise, de research. Niet het afgewerkte artikel. Die kennis kun je daarna opnieuw samenstellen en personaliseren voor verschillende doelgroepen en situaties. Een forens krijgt een korte audiobriefing, een lezer thuis de volledige analyse, een AI-assistent één geverifieerd feit. De onderliggende journalistiek blijft gelijk, alleen de presentatie verandert. “The content finds their audience. The audiences don’t have to find the content”, zei Rahkonen.

Liquid content staat inmiddels in het Reuters-trendrapport

Het Reuters Institute nam liquid content dit jaar op in zijn jaarlijkse trendrapport. De definitie daar: content die niet statisch is, maar zich in realtime aanpast aan context, locatie, tijd of interactie. Dat vraagt van traditionele mediabedrijven een verschuiving, weg van het schrijven van “artikelen” richting flexibele, kleinere objecten. AI is wat dat schaalbaar maakt.

Datzelfde rapport laat zien waarom de urgentie nu hoog ligt. Van de ondervraagde mediamanagers is nog maar 38 procent positief over de toekomst van de journalistiek. De cijfers over zoekverkeer verklaren een deel van die somberheid: wereldwijd daalde het verkeer vanuit Google-zoekresultaten met 33 procent, dat vanuit Google Discover met 21 procent. Als de vertrouwde distributiekanalen opdrogen, telt het zwaarder dat je content zich kan aanpassen aan waar het publiek wél zit.

Berlijn liet zien hoe ver sommige redacties al zijn

Die Zeit is het duidelijkste voorbeeld. De Duitse uitgever heeft meerdere videoteams, waaronder een verticale-video-unit die in januari 96 miljoen TikTok-views haalde en dagelijks twee tot drie video’s publiceert. De podcasts zijn goed voor zo’n 15 miljoen downloads en streams per maand. Dat zijn geen losse producten. Het materiaal stroomt door naar clips, nieuwsbrieven, live-events en abonnementen.

Sky News herontwerpt zijn nieuwsroom rond platform-native verhalen. Redactie, product en productie schuiven eerder in het proces aan, zodat ze niet alleen over het verhaal nadenken maar ook over hoe het verpakt en verspreid wordt. Het TikTok-account passeerde onlangs 11 miljoen volgers. In beide gevallen geldt hetzelfde principe: vanaf het begin produceren voor meerdere kanalen tegelijk, in plaats van één keer publiceren en daarna adapteren.

De infrastructuur is het echte struikelblok

Voor de meeste redacties is het probleem niet de verbeelding, maar de techniek eronder. Redactiesystemen zijn gebouwd voor statische output: artikelen, fotogalerijen, video’s. Ze hebben moeite om journalistiek te behandelen als gestructureerde data die tussen systemen door kan bewegen. Zoals INMA het samenvat: liquid content vraagt om liquid infrastructure. Dat betekent feiten, analyse en context los van elkaar opslaan, content machineleesbaar maken en workflows ontwerpen waarin formats dynamisch ontstaan.

Dat is het soort verschuiving dat je niet met een nieuwe rubriek of een extra videoteam oplost. Het zit in de pipeline, in de manier waarop een verhaal de redactie binnenkomt en weer verlaat.

De keerzijde: je bouwt op grond van anderen

Liquid content betekent in de praktijk dat je produceert voor platforms die je niet bezit. Op het congres was Pippa Leary van News Corp Australia daar nuchter over. Ze noemde platformafhankelijkheid een reëel risico, en haar redactie heeft vijf redenen op papier gezet waarom ze tóch off-platform gaan: merkbekendheid, doorverwijzingen, advertentie-inkomsten, affiliate en sponsoring.

Dat is denk ik de juiste houding. Liquid content is geen doel op zich, het is een reactie op publiek dat zich anders gedraagt dan tien jaar geleden. De vraag voor elke redactie, ook een kleine, is hoe snel je je werkwijze kunt herinrichten zonder dat de journalistiek eronder lijdt. In Berlijn ging het daarover, en niet meer over de vraag of het nodig is.

Vergelijkbare berichten