Nep herkennen volstaat niet meer. Wie bewijst dat een foto echt is?

Een AI-nepfoto uit de oorlog in Iran kwam via het ANP op de site van een Nederlandse krant, en niemand op die redactie zag het. Internationaal verschuift visuele verificatie van nep ontmaskeren naar bewijzen wat echt is, met dure methoden die specialisten vragen. Die specialisten hebben Nederlandse redacties grotendeels niet: zij leunen op een keten van vertrouwen die al eens lek bleek.

Dit artikel is geschreven door AI.

Platte illustratie op crèmewitte achtergrond van een horizontale ketting. De schakels zijn kleine rechthoekige fotolijstjes met dikke zwarte randen, elk met een eenvoudige afbeelding van een berg en een zon. Het middelste lijstje is blauw en opengebroken, met een opening in de rand. De rest van het beeld is zwart-wit.

De oorlog in Iran was net begonnen toen een afnemer het ANP wees op een verdachte foto. Forensisch beeldexpert Alexander Schippers controleerde steekproefsgewijs het werk van de fotograaf. Al bij de eerste foto zag hij verdraaide gezichten, een verschil in scherpte en gebogen lijnen, vertelt hij aan SVDJ. Generatieve AI, concludeerde hij. Adjunct-hoofdredacteur Karin Hollaar zette daarop ruim duizend foto’s van het aanleverende fotoagentschap op inactief.

Bij het Nederlands Dagblad was het al te laat. Een van de foto’s stond op de site. “We hebben de foto nog wel tegen het licht gehouden, maar dat er iets niet klopte, is door ons niet gezien”, zegt adjunct-hoofdredacteur Daniël Gillissen. De krant verving de foto en plaatste een rectificatie.

Eén fte voor 71.500 foto’s per dag

Het incident legt bloot hoe de Nederlandse beeldvoorziening werkt. Toeleveranciers leveren aan het ANP, het ANP levert aan redacties. Het persbureau krijgt dagelijks 1500 foto’s van eigen fotografen binnen. Via internationale persbureaus en agentschappen komen er nog eens 70.000 bij. Voor controle is 1 fte beschikbaar, dus het ANP checkt maar een deel.

Het Nederlands Dagblad kan als relatief kleine redactie niet alles zelf controleren. “We hebben daarom geen andere keuze dan te vertrouwen op wat het ANP brengt”, zegt Gillissen. Hij noemt de AI-expertise van zijn eigen beeldredactie ‘onvoldoende’, maar ziet nog geen reden een forensisch beeldexpert aan te nemen.

Hollaar is positiever: volgens haar is iedereen goed onderwezen, ook bij andere media. Een onderzoek van de Universiteit Leiden, samengevat door Villamedia, ziet dat anders. Veel beeldredacteuren en fotografen weten weinig van AI-detectie, met het ANP als uitzondering. Gestandaardiseerde verificatieprocedures zijn zeldzaam, en de kennis die er is, blijft bij een kleine groep specialisten hangen.

Software lost dat niet op. Een waterdicht programma dat nepbeeld herkent bestaat nog niet, zegt Schippers, en met het blote oog zijn de beelden steeds moeilijker te onderscheiden. De zes vingers van vroegere modellen zijn verdwenen. Detectietools geven een waarschijnlijkheid waar een redactie een oordeel nodig heeft, schreef Nieuwslab eerder.

Het nieuwe werk: bewijzen dat iets echt is

Internationale beeldonderzoekers hebben hun vraag al omgedraaid. “I’m less concerned about having to prove to people that something is synthetic. What I’m more concerned about is how we prove to people that something is real”, zegt Imogen Piper, visual forensics reporter bij de Washington Post, in een rondgang van Columbia Journalism Review. Het probleem is niet meer de nepfoto, maar dat het publiek ook de echte steeds minder gelooft.

Dat vakgebied had zelf al een deuk opgelopen. Na de explosie bij het Al-Ahli-ziekenhuis in Gaza in oktober 2023 kwamen teams van grote redacties tot tegenstrijdige of onjuiste conclusies. Er volgden correcties.

Henk van Ess bouwt verificatietools en traint journalisten. Hij noemt hybride beeld het lastigst: een foto die voor 99 procent echt is, met één aangepast detail, zoals een badge op een uniform. “If you want to fight it, detectors alone are not enough. You also need a detective”, zegt hij. Afzonderlijk falen software en speurwerk volgens hem waarschijnlijk. Samen kun je er langzaam wijs uit worden.

Anderen zoeken bewijs buiten het beeld. Krishna Karra van Bloomberg behandelt satellietbeelden als dataserie en past er statistiek op toe. Zo wordt zichtbaar wat geen enkele losse opname laat zien. Forensic Architecture voert meer gesprekken met getuigen, en Piper legt beelden naast wat verslaggevers ter plaatse zien. Bij twee schietpartijen in de VS publiceerde Bellingcat bevindingen al tijdens het onderzoek, om verwachte onware overheidsinformatie voor te zijn.

Goedkoop is het niet. Manisha Ganguly van The Guardian begon met een laptop en een iPhone; nu heb je volgens haar zeer dure softwarepakketten nodig.

De techniek bestaat, maar niet op de redactie

In Nederland werkt het Nederlands Forensisch Instituut aan een model dat echte video’s herkent aan kleurschommelingen in de huid door de hartslag, schrijft Quest. Het herkende bijna alle echte video’s, maar zag ook sommige deepfakes, video’s van poppen en foto’s als echt. Het NFI combineert het met analyse van netfrequentie en camera-fingerprints. Dat werk is voor politie en justitie, niet voor de pers.

Het ANP heeft voor de controle van een deel van zijn dagelijkse foto’s 1 fte.