70 procent kans dat het nep is: daar heeft geen enkele redactie iets aan

Een rapport van Princeton CITP stelt vast dat veel deepfake-detectie- en authenticatietools worden ontwikkeld zonder journalisten, platform-engineers of publiek, met slechte bruikbaarheid en achterblijvend gebruik als gevolg. Over Nederlandse redacties en verificatietools is niets bekend, maar dezelfde kloof tussen bouwers en gebruikers is hier wel op andere plekken vastgelegd: in Leids onderzoek, in de NVJ-modelrichtlijn en in een AI-project van acht regionale omroepen.

Wie een tool bouwt die moet vaststellen of een foto echt is, praat kennelijk zelden met de mensen die dat oordeel moeten vellen. Dat is de kern van het rapport ‘Holding the Line’ van Princeton CITP, verschenen op 30 juli 2026 en samengevat door de auteurs zelf in Tech Policy Press: “Many AI-based deepfake checking tools are built without journalists, platform engineers or audiences participating in their development. As a result, these tools lag in adoption and are difficult to use.” De auteurs zijn Hilke Schellmann, onderzoeksjournalist en associate professor journalistiek aan NYU, en Mihir Kshirsagar, die de technology policy clinic van Princeton CITP leidt.

Het rapport is de neerslag van een workshop in juni 2026 aan het Arthur L. Carter Journalism Institute van NYU, waar tientallen journalisten, technologen en academici bijeenkwamen, meldt Nieman Lab. Wie er precies aanschoven en of daar Europese of Nederlandse redacties bij waren, staat er niet bij.

Een score van 70 procent is geen antwoord

Het concreetste voorbeeld van tools die langs hun gebruikers heen zijn ontworpen, zijn de confidence ratings van beelddetectors. Zo’n tool geeft bijvoorbeeld 80 procent kans dat een beeld AI-gegenereerd is, meldt Nieman Lab. Ook een score van 70 procent dat een beeld níet AI-gegenereerd is, helpt een verslaggever niet, schrijven de auteurs in Tech Policy Press: journalisten werken liever met een binair oordeel over de vraag of een beeld authentiek is of niet.

Het publiek wil hetzelfde. “These confidence ratings are not (easily) translatable to audiences, since they want to know if an image is genuine or not and not a confidence rating that reporters often cannot even explain since the authentication tools are often ‘blackboxes,’” citeert Nieman Lab uit het rapport. Een journalist krijgt dus een getal dat hij niet kan uitleggen, over een oordeel dat hij niet kan vellen.

Hoe onbruikbaar dat is, bleek begin juli 2026 bij een viraal nepbeeld van senator Mitch McConnell aan de beademing. Detectietools sloegen uiteindelijk aan op een onzichtbaar watermerk dat sommige AI-generatoren inbouwen, aldus Tech Policy Press. Toen McConnells kantoor daarna een échte foto publiceerde om de speculatie over zijn gezondheid te beëindigen, faalden dezelfde forensische tools: sommige vonden geen enkel AI-spoor, andere rapporteerden een lage waarschijnlijkheid, en geen enkele kon bewijzen dat de foto authentiek was.

Een standaard die onderweg wordt weggegooid

Bij C2PA, de herkomststandaard die in 2021 werd gelanceerd door onder meer Adobe, Microsoft en de BBC, zit het probleem niet in het oordeel maar in de keten. De standaard hangt een cryptografisch ondertekend manifest aan een beeld op het moment van opname, en houdt de bewerkings- en publicatiegeschiedenis bij. Grote nieuwsorganisaties als AP en The New York Times steunen het initiatief, schrijft Nieman Lab, maar in redacties stuit de invoering op grote problemen.

Een engineer van een Noord-Amerikaanse redactie vertelde onder Chatham House-regels dat het bij elke stap misging, meldt Tech Policy Press. De ingest-software verwijderde het manifest, tot de leverancier van de fotosoftware zover was het te repareren. Daarna bleek het CMS de standaard niet te ondersteunen, waardoor het manifest alsnog vóór publicatie werd gewist. De meeste CMS-leveranciers ondersteunen C2PA op dit moment niet. En veel socialemediaplatforms strippen bij distributie metadata en cryptografische handtekeningen uit beeld en video.

Of een half werkende keten het vertrouwen dient of schaadt, is onbeslist. Het rapport stelt zelf de vraag of publiek nog gelooft dat een nieuwsorganisatie een chain of custody heeft als zij geen ‘full transparency’ van het manifest kan bieden, aldus Nieman Lab. Eén deelnemer aan de workshop vertelde dat zijn legacy-nieuwsorganisatie afzag van deelname aan C2PA: het eigen merk ís de geloofwaardigheid, en een extra standaard zou die in de ogen van het publiek juist kunnen verzwakken en de organisatie zeggenschap ontnemen. Voor lokale nieuwsorganisaties die nationaal of internationaal nieuws brengen zou de standaard het vertrouwen juist kunnen versterken, mits het publiek de standaard begrijpt. Het zijn geen concurrerende feitenclaims maar twee posities die naast elkaar bestaan.

Er is een scherper bezwaar. Volgens een rapport van mensenrechtenorganisatie WITNESS kan slechte implementatie van C2PA surveillance mogelijk maken, tenzij er waarborgen worden ingebouwd. Fotografen die naar vijandige omgevingen worden gestuurd, krijgen daarom bewust camera’s zónder de standaard mee, uit angst dat de metadata in het manifest gebruikt worden om hen te volgen, schrijft Tech Policy Press. Het gevolg is dat de gevaarlijkste reportages er het minst geverifieerd uitzien.

Waarom de prikkels niet gelijk lopen

De centrale observatie van het rapport gaat niet over techniek maar over belangen. “Our report’s central observation is that the incentives to build tools that promote trust rarely align across all of the actors in the information ecosystem. Those with the deepest pockets, including many technology and social media companies, are often not interested in supporting careful fact-finding”, schrijven Schellmann en Kshirsagar in Tech Policy Press. Ondertussen wordt vervalsen goedkoper en sneller, en verificatie duurder en trager: de ijkpunten waaraan journalisten toetsten, zoals websites, documenten, openbare registers en een stem aan de telefoon, kunnen nu zelf gefabriceerd zijn. Het rapport signaleert alvast de volgende laag: hoe weet een verslaggever dat de persoon in een Zoom-gesprek is wie hij zegt te zijn, of dat een website echt van de genoemde organisatie is, nu AI overtuigende institutionele nabootsingen tegen minimale kosten maakt.

Hun aanbeveling is kort, schrijven Schellmann en Kshirsagar in Tech Policy Press: “We urge technologists to work with reporters to develop these tools together and then let reporters evaluate their usefulness. Without concerted effort across different actors in the information ecosystem, the problem will get worse.”

In Nederland weten we het simpelweg niet

Over verificatietools op Nederlandse redacties is niets bekend. Welke deepfake-detectors hier worden gebruikt, of Nederlandse nieuwsorganisaties zijn aangesloten bij C2PA of het Content Authenticity Initiative, of Nederlandse CMS’en en fotosoftware manifesten intact laten: op geen van die vragen is een bron te vinden. Ook cijfers over hoe vaak detectietools fout zitten, ontbreken. Wie het CITP-rapport leest als beschrijving van de Nederlandse praktijk, leest er iets in wat er niet staat.

Wat wel is vastgelegd, is de onderliggende kloof. Onderzoekers van onder meer de Universiteit Leiden interviewden medewerkers van De Telegraaf, de Volkskrant, NOS en RTL Nederland en vonden dat technische kennis en journalistieke afwegingen in gescheiden werelden zitten, meldt SVDJ. Ze onderscheidden ‘horizontale’ silo’s tussen journalisten onderling, een kloof tussen technisch onderlegde journalisten en hun chefs, en ‘externe’ silo’s tussen redactie en moederbedrijf. “We zagen dat sommige verslaggevers weinig tot niets afwisten van AI, terwijl andere journalisten, techredacteuren bijvoorbeeld, het al volop gebruikten”, zegt Tomás Dodds, universitair docent Journalistiek & Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. Het onderzoek is van april 2025 en gaat over AI-gebruik in brede zin, niet over verificatietools.

De gevolgen kunnen concreet zijn. Dodds beschrijft in SVDJ een journalist die datasets gebruikte die in zijn eigen woorden op de “grens van de legaliteit” zaten, zonder redactioneel toezicht, omdat zijn chef er niet van wist. Over ‘interne’ silo’s zegt Dodds: “Silo’s op de redactie kunnen een ‘niet mijn probleem’-houding creëren”. De aanbeveling van de Leidse onderzoekers lijkt op die van Princeton, al leggen de bronnen dat verband zelf niet: laat journalisten AI-gereedschap vooraf testen op de vraag of het aan journalistieke standaarden voldoet. Dat brengt redacteuren en technici met elkaar in gesprek en helpt volgens Dodds om AI te ‘onthypen’.

Zeggenschap vastleggen voordat iemand iets inkoopt

De NVJ probeert die zeggenschap procedureel te verankeren. In de modelrichtlijn AI, waarvan de publicatie op 30 juni 2026 werd aangekondigd, staat dat de keuze voor bepaalde AI-systemen een redactionele keuze is waarvoor de hoofdredactie verantwoordelijkheid draagt. Redacties houden bij waar en hoe AI wordt ingezet, beschrijven per toepassing het doel, de kansen en de risico’s, en delen die inventarisatie periodiek met de redactieraad. Verificatie blijft bij de journalist: AI-output kan nooit de enige basis zijn voor gepubliceerde feiten.

Daarnaast publiceerde de NVJ een AI-bepaling voor redactiestatuten. “Een richtlijn spreek je intern af. Maar zo’n richtlijn is ook vrij eenvoudig aan te passen. Een directie kan zeggen: leuk dat dit erin staat, maar we willen het anders doen. Een bepaling in een redactiestatuut verander je niet zomaar”, zegt NVJ-belangenbehartiger Nick Kivits in het nieuwsbericht van de NVJ. Volgens dat nieuwsbericht hebben grote mediaredacties vaak al een eigen AI-richtlijn, maar hebben vooral kleinere organisaties niets of alleen iets dat niet is uitgewerkt. Hoeveel redacties de modelrichtlijn of de statuutsbepaling inmiddels hebben overgenomen, is niet bekend.

Eén Nederlands project laat zien hoe co-ontwikkeling er in de praktijk uitziet. Acht regionale omroepen bouwden de AI-toepassing KiesKennis rond de gemeenteraadsverkiezingen, schrijft Nadeche Orie, Hoofd Digitaal & Innovatie bij Rijnmond, in Broadcast Magazine. Het project begon niet bij de technologie maar bij redactionele uitgangspunten: geen sturing maar duiding, uitsluitend gecontroleerde en verifieerbare bronnen, geen live search, geen eigen interpretaties, anoniem gebruik, geen commerciële belangen, Europese hosting en evenwichtige representatie van partijen en gemeenten. Landelijk zijn meer dan driehonderd journalistieke keuzes expliciet gemaakt en in het systeem vastgelegd, zoals de vraag of je bij een antwoord alle partijen in een gemeente toont of een selectie.

“Want waar technici systemen bouwen, zijn journalisten gewend om continu afwegingen te maken: welke bronnen zijn betrouwbaar, welke perspectieven ontbreken, wat betekent dit voor het publiek? Die afwegingen zijn in redacties vaak impliciet, verankerd in routines en codes. In AI moeten ze expliciet worden gemaakt”, schrijft Orie in Broadcast Magazine. Zij is als projectbetrokkene belanghebbend bij een positief oordeel over KiesKennis, en evaluatiegegevens over de betrouwbaarheid en het bereik van de toepassing ontbreken.

KiesKennis is een verkiezingstoepassing, geen verificatietool. De parallel zit in de werkwijze, niet in het product. Voor het domein waar het CITP-rapport over gaat, het vaststellen of een beeld, een document of een stem aan de telefoon echt is, is geen Nederlands equivalent gedocumenteerd. Ook een reactie van tool-ontwikkelaars of van C2PA zelf op het verwijt dat journalisten niet worden geraadpleegd, is er niet.