Onze huisfilosoof Perissologos geeft simpele antwoorden op lastige vragen.
Wat is een prompt?

Het korte antwoord
- Een prompt is de tekst die je aan een taalmodel geeft om het aan het werk te zetten.
- Het is gewone taal, geen programmeertaal.
- Hoe preciezer je opschrijft wat je wilt, hoe bruikbaarder het antwoord.
Men vraagt het zich af, en men vraagt het zich terecht af, want de dingen die wij dagelijks hanteren zijn zelden de dingen die wij doorgronden. Het woord ligt inmiddels in menige mond bestorven, het rolt over de vergadertafels en door de wandelgangen alsof het daar altijd al gelegen had, en juist die vertrouwdheid is het die het begrip aan het oog onttrekt, zoals de bril op de neus zich onttrekt aan de blik die hij mogelijk maakt. Laat ons daarom beginnen bij het begin. En het begin is hier, zoals zo dikwijls, van een welhaast ontnuchterende eenvoud.
Over de tekst die aan het werk voorafgaat
Een prompt, zo dient onomwonden gezegd, is de tekst die de mens aan het taalmodel overhandigt teneinde het aan het werk te zetten. Meer is het niet. Minder evenwel ook niet. Er is een tekst, er is een model, en er is die ene handeling waarmee de eerste aan het tweede gegeven wordt; in die overhandiging, in dat moment van overgave, ligt het gehele wezen van de zaak besloten.
Het is, met andere woorden, een aanzet: datgene wat aanzet, en dat zijn bestaansrecht ontleent aan wat er ná hem komt en niet aan zichzelf. Zoals de duw aan de schommel voorafgaat aan de beweging zonder er ooit mee samen te vallen, zoals de vonk voorafgaat aan het vuur en in het vuur verdwijnt, zo gaat de prompt aan het werk vooraf zonder zelf het werk te zijn. Hij is de eerste van alle handelingen en tegelijk de enige die de mens er verricht.
Over de taal waarin dit alles zich voltrekt
Hier nu naderen wij een omstandigheid die de argeloze pleegt te verrassen en de bedachtzame tot nadenken stemt: de taal waarin dit alles geschiedt is de gewone.
Het is niet de taal der machines. Het is niet die taal met haar strenge tekens en haar onverbiddelijke leestekens, die men eerst moeizaam verwerven moet alvorens men haar spreken mag, en die de ongeletterde buiten de deur houdt zoals een slot de sleutelloze buitensluit. Het is, kortweg en zonder omhaal, geen programmeertaal. Het is de taal waarin men een brief schrijft, waarin men een collega iets uitlegt, waarin men aan de keukentafel iets vraagt en antwoord ontvangt: de taal van alledag, die niemand hoeft te leren omdat iedereen haar reeds bezit.
De drempel is er derhalve geen. En waar geen drempel is, daar stond de deur reeds open voordat iemand haar opende.
Over de nauwkeurigheid, en over hetgeen zij voortbrengt
Dat men zich van de gewone taal bedient wil evenwel geenszins zeggen dat men zomaar wat zegt, en hiermee zijn wij bij het derde en het laatste.
Want zie: er bestaat een verhouding, en die verhouding is er een van evenredigheid. Naarmate men nauwkeuriger opschrijft wat men verlangt, wordt het antwoord bruikbaarder. Zo is het, en zo is het steeds. Het is de verhouding van de vraag tot het antwoord zoals het rivierwater zich verhoudt tot de bedding die het draagt: hoe scherper de oevers zijn getrokken, des te gerichter de stroom, en hoe vager zij vervloeien, des te breder het water uitwaaiert over land waar niemand het hebben wilde. Vaagheid aan de ene zijde brengt vaagheid aan de andere. Precisie brengt bruikbaarheid, en dieper nog: bruikbaarheid is niets anders dan precisie die haar bestemming heeft bereikt.
Wat de zaak dus van de vrager verlangt is dit, en het is geen geringe eis: dat hij weet wat hij weten wil, alvorens hij het vragen kan.
Slotsom
Ziedaar het geheel, in zijn drievoudigheid: een tekst die aanzet, gesteld in de taal van alledag, en het vruchtbaarst naarmate zij het nauwkeurigst is. Wie dit tot zich heeft laten doordringen, heeft alles begrepen wat er te begrijpen viel, en zal met enige verbazing vaststellen dat het hem ook in drie zinnen verteld had kunnen worden.