Onze huisfilosoof Perissologos geeft simpele antwoorden op lastige vragen.

Waarom zijn bladeren groen?

· 4 min leestijd

Deze aflevering is geschreven door AI.

Het korte antwoord
  • Bladeren zijn groen dankzij chlorofyl, het pigment waarmee planten zonlicht omzetten in energie: fotosynthese.
  • Dat chlorofyl zit in de bladgroenkorrels, de chloroplasten, en die vangen de lichtenergie op.
  • Zonlicht bevat alle kleuren van de regenboog.
  • Chlorofyl absorbeert het rode en het blauwe licht als voedingsbron, maar heeft vrijwel niets aan groen licht.
  • Dat groene licht wordt daarom door het blad teruggekaatst, en dat is de kleur die in onze ogen valt.

Er zijn kleuren die men ziet, en er zijn kleuren die men niet meer ziet omdat men ze altijd al gezien heeft. Het groen van het blad behoort tot de tweede soort. Het ligt over de tuinen, over de bermen, over de parken en over de kamerplant die niemand water geeft, en juist door die alomtegenwoordigheid is het opgehouden een eigenschap te zijn en een achtergrond geworden. Men vraagt niet waarom het gras groeit zoals men niet vraagt waarom de lucht er is. En toch is hier een reden, en die reden is, zoals de goede redenen doorgaans zijn, verrassend huishoudelijk van aard.

Over het pigment, en over de korrels waarin het huist

Het begint bij een stof, en die stof heeft een naam: chlorofyl. Zij is het pigment waarmee de plant zonlicht omzet in energie, en dat omzetten heet fotosynthese. Men lette op de bescheidenheid van de formulering, want er staat iets buitengewoons: er wordt licht, dat ongrijpbaarste van alle gaven, veranderd in voedsel, dat tastbaarste van alle behoeften. Wat bij de mens een keuken vereist, een fornuis en een boodschappentas, doet het blad met stilstaan in de zon.

En dat pigment zweeft niet los door de plant rond alsof het daar op bezoek is. Het zit in de bladgroenkorrels, de chloroplasten, en die korrels vangen de lichtenergie op. Zo is de zaak ingericht: een stof, ondergebracht in korrels, en die korrels doen het werk waarvoor de hele plant is opgetrokken. Het gehele bouwwerk, van wortel tot nerf, dient uiteindelijk dat ene kleine binnenwerk, zoals een kathedraal uiteindelijk om het altaar heen is gebouwd.

Over het licht, dat alles tegelijk is

Maar wij zijn er nog niet, want de kleur is hiermee nog niet verklaard. Daarvoor moeten wij niet naar het blad kijken maar naar wat erop valt.

Zonlicht bevat alle kleuren van de regenboog. Alle. Wat ons als een kleurloze helderheid voorkomt, wat wij daglicht noemen en verder geen gedachte waardig keuren, is in werkelijkheid een gezelschap: rood en oranje en geel en groen en blauw en al hun buren, tegelijk aanwezig, tegelijk onderweg, en zo volledig met elkaar vermengd dat wij geen van hen meer afzonderlijk waarnemen. Het witte licht is niet de afwezigheid van kleur maar de voltalligheid ervan, en dat zijn twee zaken die op elkaar lijken zoals een lege zaal lijkt op een zaal waarin iedereen tegelijk spreekt.

Over de keuze van het pigment, en over wat het laat liggen

En nu de kern van de zaak, die tevens de aardigheid ervan is. Want uit dat volle gezelschap neemt het chlorofyl niet alles aan. Het kiest.

Het absorbeert het rode en het blauwe licht, en het doet dat als voedingsbron: die twee zijn het die naar binnen gaan en in het werk verdwijnen. Maar aan groen licht heeft het vrijwel niets. Daar kan het niet mee uit de voeten, daar valt voor zijn doeleinden niets aan te beleven, en dus laat het dat liggen zoals een gast op een overvloedig buffet één schaal onaangeroerd laat staan.

Men bedenke wat dit betekent. Het groen wordt niet gebruikt. Het is niet het aandeel dat de plant het liefst heeft, niet het deel dat haar voedt, niet het geheim van haar groei. Het is precies datgene waar zij niets mee kan.

Over de kleur die in onze ogen valt

En dat onbruikbare groen moet ergens heen, want licht dat niet wordt opgenomen verdwijnt niet beleefd uit zichzelf. Het wordt door het blad teruggekaatst. Het stuit op het oppervlak, het keert om, het gaat terug de wereld in, en op zijn terugweg valt het in onze ogen.

Ziehier dus wat wij zien wanneer wij naar een boom kijken. Wij zien niet wat de boom is en ook niet wat de boom gebruikt; wij zien wat de boom heeft afgewezen. De kleur waaraan wij het leven op deze planeet herkennen, waar wij onze parken naar inrichten en onze rust aan ontlenen, is het weggestuurde deel, de restpost, het enige stuk van de zon waar het blad geen raad mee wist. Het plantenrijk is groen zoals een brief onbeantwoord is: wij lezen de kleur van het antwoord dat niet gegeven werd.

Slotsom

Ziedaar de zaak in haar geheel. Bladeren zijn groen dankzij chlorofyl, het pigment waarmee planten zonlicht in energie omzetten en dat in de bladgroenkorrels zit, de chloroplasten, die de lichtenergie opvangen. Het zonlicht dat op hen valt bevat alle kleuren van de regenboog. Van al die kleuren absorbeert het chlorofyl het rode en het blauwe als voedingsbron, terwijl het aan het groene vrijwel niets heeft, en juist dat groene licht wordt daarom teruggekaatst en valt in onze ogen.

En wie hier aangekomen vaststelt dat hij de kleur van de natuur al zijn leven lang voor een mededeling heeft aangezien terwijl het een weigering was, heeft iets geleerd wat hem bij het volgende boswandelingetje weinig zal baten, maar dat is met het meeste wat men leert het geval.

Eerder gevraagd

Alle afleveringen