De AP-links op Polymarket leiden naar artikelen die niet bestaan

Op de Polymarket-pagina over de presidentsverkiezing van 2028 staat dat Alexandria Ocasio-Cortez zich kandidaat heeft gesteld, met het logo van Associated Press eronder. Die verklaring bestaat niet en het artikel bestaat niet, net zomin als de honderden andere AP-artikelen waarnaar het platform verwijst. Wie een marktkans van een voorspellingsmarkt in een verhaal zet, citeert een bedrijf dat contractueel heeft vastgelegd niets te hoeven controleren.

Dit artikel is geschreven door AI.

Platte vectorillustratie op crèmewitte achtergrond: een lege nieuwskaart met dikke zwarte rand en platte slagschaduw. Binnenin een zwarte lege tekstballon waaraan een ketting hangt; de onderste schakel is blauw en opengebroken. Onder de kaart een klein zwart naambalkje dat met een dun lijntje aan de gebroken schakel hangt.

Onder de melding staat het vertrouwde logo van Associated Press. Klik erop en je komt op een pagina die niet bestaat. Zes weken na de verzonnen kandidatuurverklaring meldde de tijdlijn dat de campagnekas van Ocasio-Cortez zo leeg was dat haar marktprijs 40 procent kelderde. Weer AP als bron, weer een dode link, deze keer met haar naam verkeerd gespeld in de URL.

Het Tow Center for Digital Journalism downloadde elke tijdlijn van markten met minstens een miljoen dollar aan inzet: 152 markten, ruim 65.000 losse entries, dataset op GitHub. Bijna een derde van de markten met annotaties bevatte URL’s die naar AP verwezen maar niet naar AP linkten. De fouten zaten geconcentreerd in verkiezingsmarkten. Tow stuurde het persbureau een lijst van 353 gevonden URL’s. “AP News article URLs include an Item ID, and these URLs do not,” zei een woordvoerder: geen ervan was echt.

De verzinsels blijven niet bij dode links. Pete Buttigieg trok zich volgens de tijdlijn in maart 2026 terug uit de race voor 2028. Josh Shapiro verloor volgens diezelfde tijdlijn zijn herverkiezing in juli 2025 en won die in september 2025. Een annotatie over een hint van Kamala Harris op een 2028-kandidatuur kreeg het label CNN mee, maar linkte naar Madison365, een buurtsite in Madison, Wisconsin. Een item met het label The Hill linkte naar een Washingtons communicatiebureau, een Reuters-label naar een lokaal sportradiostation, AP-labels naar ABC News.

Een verzonnen akkoord, toegeschreven aan de FT

Het scherpste geval draait om de Financial Times. Een annotatie in de markt over een mogelijk VS-Iran-akkoord meldde op 23 mei dat de FT had bericht dat de twee landen een deal hadden bereikt. De link ging niet naar de FT maar naar Pravda Trump, onderdeel van Portal Kombat, een gedocumenteerd pro-Russisch beïnvloedingsnetwerk. Er was geen akkoord en geen enkel medium had er iets over gemeld. Het echte FT-stuk van die dag meldde iets anders: de VS en Iran naderden elkaar, met Trump die de kans op vijftig-vijftig schatte. De samenvatting nam de vertekening van Pravda Trump over en plakte er de naam van de FT op. Het news-pravda.com-netwerk wordt volgens de Tow-analyse ruim duizend keer op Polymarket geciteerd, waarvan tientallen links vermomd als Reuters of The Wall Street Journal.

De FT laat tegen het Tow Center weten: “We take the accurate attribution of our journalism seriously and are looking into this further.” Polymarket reageerde niet op een gedetailleerde vragenlijst.

Dat dit journalistiek relevant is en niet alleen een probleem van gokkers, komt door de positie die het bedrijf zichzelf toedicht. De CEO noemt Polymarket “the global truth machine” en “News 2.0”, tekent het Tow Center op. Het platform heeft een partnerschap met Dow Jones dat zijn marktkansen doorsluist naar The Wall Street Journal en Barron’s. Elke gebeurtenis in de tijdlijn komt met een koersverklaring erbij, “causing his market price to tumble”. Die koersbewegingen zijn wel echt: transacties van echte mensen, op de markten waar de meeste inzet ligt.

Het kleine lettertje doet het werk

Verantwoordelijkheid heeft het bedrijf schriftelijk van zich afgeschoven. In het US Rulebook, in november 2025 ingediend bij de Amerikaanse toezichthouder CFTC, staat dat “the company shall have no duty or obligation to verify any information displayed on the trading system or otherwise”, citeert het Tow Center. De gebruiksvoorwaarden vragen gebruikers te erkennen dat zij niet op de informatie op de site vertrouwen en zelf alles moeten verifiëren. Bij de tijdlijnen staat een waarschuwing dat het om een experimentele AI-samenvatting gaat die geen handelsadvies is.

Zulke taal is standaard op internet en rechters honoreren die doorgaans, zegt David Hoffman, hoogleraar recht aan de University of Pennsylvania Carey Law School, die onderzoekt hoe digitale platforms hun kleine lettertjes inzetten. Voor een individuele gebruiker maakt het procederen lastig; een nieuwsorganisatie heeft volgens hem mogelijk wel grond. “Its claim doesn’t depend on whether or not Polymarket is liable to its end users. It has an individual claim against Polymarket itself,” zegt hij over de FT. Een deelstaatprocureur-generaal komt er helemaal onderuit: “State government action isn’t affected by individual consumer clauses that are basically saying, ‘Don’t rely upon the things we say.’ If the marketplace is deceptive, it’s deceptive.” Een misleidende markt blijft misleidend, ongeacht wat de gebruiker heeft moeten afvinken.

De zoekresultaten achter de tijdlijnen komen blijkens de code van Linkup, een AI-zoekstartup met een web-search-API. Of Polymarket die resultaten rechtstreeks toont of ermee samenvat, is onduidelijk; Linkup reageerde niet op vragen. Op de eigen site staat Polymarket als klantcase, maar waar elke andere case implementatiedetails geeft, staat er hier alleen “More to come soon”.

Wat een Nederlandse redactie hiermee moet

Of Nederlandse redacties Polymarket-kansen citeren en welk beleid zij daarvoor hebben, is onbekend. Het patroon is hier wel herkenbaar, en dat maakt het meer dan een Amerikaans curiosum.

In het internationale onderzoek van BBC en EBU met 22 deelnemende organisaties, waaronder NOS en NPO, bevatte 45 procent van alle AI-antwoorden op nieuwsvragen minstens één significante fout, meldt Villamedia. De deelnemers hieven daarbij hun digitale toegangsblokkades tijdelijk op en de modellen kregen de instructie zoveel mogelijk bronnen van de betrokken organisatie te gebruiken. Bronvermelding was de grootste probleemcategorie: in 31 procent van de antwoorden waren bronnen onjuist, ontbraken ze of waren ze niet te verifiëren. De NOS wees in het rapport op precies het effect dat AP en de FT nu overkomt, alleen dan andersom: “Omdat er geen bronnen aan deze uitspraken zijn gekoppeld, maar de overige bronnen in het antwoord wel van de NOS afkomstig waren, kan de lezer deze beweringen aan de NOS toeschrijven. Daardoor kan twijfel ontstaan over de onpartijdigheid van de NOS.”

Fouten in AI-antwoorden over nieuws In het internationale onderzoek van BBC en EBU met 22 deelnemende organisaties bevatte 45 procent van alle AI-antwoorden op nieuwsvragen minstens een significante fout. In 31 procent van de antwoorden waren bronnen onjuist, ontbraken ze of waren ze niet te verifieren. Fouten in AI-antwoorden over nieuws Aandeel van alle onderzochte AI-antwoorden, in procenten Minstens een significante fout 45% Bronnen onjuist, ontbrekend of niet te verifieren 31% Onderzoek van BBC en EBU met 22 deelnemende organisaties, waaronder NOS en NPO
Bron: Villamedia

Dat ervaren journalisten in deze val trappen is hier al bewezen. Oud-NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch verzon citaten van acht commentatoren uit CJR’s Journalism 2050-project. Van vijftien van zijn 53 Substack-posts bleek dat ze AI-gegenereerde of anderszins gefabriceerde citaten bevatten; hij werd geschorst wegens ongecontroleerd en onnauwkeurig AI-gebruik. “Even I—with all my years of experience and knowledge—fell into the trap of hallucinations. I summarised reports using AI tools and worked from those summaries, trusting they were accurate,” schreef hij in zijn verklaring. Hij vertrouwde de samenvatting en werkte door.

En dan is er de keten. Het ANP krijgt dagelijks 1500 foto’s binnen van eigen fotografen plus 70.000 via internationale bureaus, met 1 fte om daar dagelijks een deel van te checken. Alles nakijken is onbegonnen werk. Toen er bij het begin van de oorlog in Iran AI-nepfoto’s binnenkwamen, zette het ANP ruim duizend beelden van het betreffende agentschap op inactief, maar één stond al op de site van het Nederlands Dagblad, dat rectificeerde. Adjunct-hoofdredacteur Daniël Gillissen tegen SVDJ: “Zoals het ANP niet alles wat het binnenkrijgt kan controleren, zo kunnen wij dat als relatief kleine redactie ook niet. We hebben daarom geen andere keuze dan te vertrouwen op wat het ANP brengt.”

Dat is de structuur waarop Polymarket-data zou meeliften. Kansen gaan via Dow Jones de WSJ en Barron’s in, en vandaar kunnen ze als cijfer in een Nederlands verhaal belanden, met het gezag van een merk dat het cijfer niet zelf heeft gecontroleerd. Wie een marktkans van Polymarket overneemt, neemt een getal over van een bedrijf dat op papier heeft laten vastleggen dat het niets hoeft na te kijken.