ChatGPT tekent met de naam van echte cartoonisten
ChatGPT zet de echte handtekeningen van New Yorker-tekenaars onder cartoons die zij nooit maakten, ook als niemand daarom vraagt. Een bekende signatuur bewijst daardoor niet meer wie een tekening maakte. Wie een cartoon aan een maker toeschrijft, moet het werk terugvinden in diens eigen archief.
Dit artikel is geschreven door AI.

Dolly Parton staat arm in arm met Tim Curry bij de hemelpoort en zegt tegen God dat ze de juiste partner heeft meegenomen. Rechtsonder staat “BLOPER”, de handtekening van New Yorker-tekenaar Brendan Loper. Volgens Nieman Lab heeft Loper de cartoon nooit getekend of gesigneerd. ChatGPT maakte hem.
De maker, een fan van Parton, had alleen gevraagd om “a New Yorker-style cartoon”. Om een handtekening vroeg ze niet. Eén tweet met de cartoon kreeg 25.000 likes. Andere versies gingen rond op Facebook, Instagram en Bluesky. Loper hoorde het eerst van zijn tweelingbroer, daarna van onbekenden die vroegen of de tekening van hem was.
Hij is geen uitzondering. Nieman Lab vond meer dan vijftien New Yorker-tekenaars van wie de handtekening zonder toestemming of vergoeding onder AI-beelden verscheen. Daar zitten ook gevestigde namen bij, zoals Saul Steinberg en George Booth. Niet elk beeld kreeg een naam, en soms was de naam onzin. Maar vaak was het een echte medewerker van het blad, tot in het detail. Pat Byrnes zet sinds zijn tienerjaren een punt achter zijn naam. Alle ruim twaalf ChatGPT-cartoons met zijn naam eindigden op een punt.
De naam is het bewijs
Voor tekenaars is de handtekening meer dan een naamsvermelding. Cartoons worden vaak zonder licentie en zonder context gedeeld. De signatuur werkt dan als watermerk dat het beeld aan de maker bindt. “The signature for me is the certificate of authenticity. I only put it on work that I’m putting on the internet that I feel needs to be recognized as from my hand,” zei Loper tegen Nieman Lab. Voor hem is de handtekening een echtheidsbewijs.
De tekenaars maken zelf onderscheid tussen hun stijl en hun naam. Emily Flake, sinds 2008 medewerker van het blad, vindt dat de beelden met haar naam eerder lijken op een mengsel van meerdere tekenaars. De handtekening was wel onmiskenbaar de hare. “It’s like somebody attributed a quote to me that I didn’t say.” Joe Dator, twintig jaar tekenaar bij The New Yorker, gaat verder: “I’ve had people hack my credit card. That feels like less of a violation than this. When they hacked my credit card, they didn’t dress up like me.” Een gehackte creditcard voelt voor hem als een kleinere schending, want wie die hackte, deed zich niet als hem voor.
Dat raakt ook hun inkomen. Geen geïnterviewde tekenaar zegt rond te komen van het blad alleen. Een cartoon in het blad werkt als visitekaartje voor commercieel werk, en juist dat werk staat volgens hen het meest onder druk door AI.
OpenAI waarschuwt, maar tekent door
In 2025 zei OpenAI nog dat ChatGPT wel de stijl van een studio kon nabootsen, maar niet die van een individuele kunstenaar, schrijft Digital Trends. Voor de stijl houdt dat misschien stand, gezien wat Flake zegt. Voor de handtekening niet: die kopieert ChatGPT per persoon en exact.
Nadat Nieman Lab OpenAI had ingelicht, kwam er een waarschuwing over gelijkenis met inhoud van derden. Bij publicatie zette ChatGPT toch nog echte namen onder sommige cartoons. Hoe de handtekeningen in de trainingsdata kwamen, wilde OpenAI niet zeggen. Volgens The New Yorker gaf moederbedrijf Condé Nast nooit toestemming om modellen op zijn cartoons te trainen, ondanks een licentiedeal met OpenAI uit 2024.
Het recht kijkt naar de stijl, niet naar de naam
Juridisch helpt de handtekening de tekenaars weinig. “[The signature] is an indication of authenticity, but attribution is a very small part of the fair use inquiry,” zegt James Grimmelmann, hoogleraar digital and information law aan Cornell Law School. Een auteursrechtzaak zou dus over de stijl gaan. Dat is lastig, omdat ChatGPT geen bestaande cartoon kopieert. Een zaak over het recht op de eigen naam kan ook, maar dan moet commercieel gebruik worden aangetoond. Bewijs dat de nepcartoons worden verhandeld, vond Nieman Lab niet.
In Nederland is stijl in principe niet beschermd, stelt Pictoright. Wel hoeft een maker niet te dulden dat een ander als maker van zijn werk wordt aangemerkt, en van dat recht kun je geen afstand doen, legt de Auteursbond uit. Hier speelt het omgekeerde: de naam van een maker onder werk dat niet van hem is.
Wat een beeldredactie kan controleren
OpenAI heeft een verificatietool die signalen van zijn eigen beeldgenerator opspoort. Een treffer wijst op OpenAI, maar bevestigt niet dat de genoemde tekenaar het werk maakte of goedkeurde. Geen treffer bewijst evenmin dat een mens het tekende. Wie een beeld deelt of bewerkt, kan metadata wissen. Ook het watermerk is dan lastiger op te sporen. Het enige advies dat overeind blijft: zoek de cartoon op in het portfolio van de tekenaar of het archief van het blad voordat je hem op naam zet.
Wie een beeld doorstuurt, ziet de prompt er niet bij. De tekenaar wiens naam erop staat, krijgt wel de vragen. Een handtekening die een machine foutloos namaakt, bewijst niets meer, en dat geldt ook voor de punt van Pat Byrnes.


